← terug naar ontdek
Essay·Loslaten·8 min

Laat het touw los

Laat het touw los

Stel je voor dat je touwtrekken speelt.

Je staat aan één kant. Aan de andere kant staat iets wat je niet wil loslaten. Een plan. Een overtuiging. Een situatie die anders had moeten lopen. Je trekt. Je zet je schrap. Je graaft je hielen in het zand.

Je houdt vol.

En terwijl je dat doet, is er niets anders meer. Geen ruimte. Geen perspectief. Alleen het touw, de spanning, en de angst dat als je loslaat, alles verloren gaat.

Misschien ken je dat gevoel. Niet van een spelletje, maar van het echte leven.

Wat vasthouden met je doet

Als je lang genoeg aan een touw trekt, verandert er iets in je lichaam.

Je handen verkrampen. Je schouders gaan omhoog. Je adem wordt oppervlakkiger. Je kaak spant zich. Je blik vernauwt zich tot één punt: het touw.

En precies daardoor zie je niets anders meer.

Dat is het paradoxale van vasthouden. We doen het om controle te houden. Maar het vasthouden zelf kost zo veel energie dat we het overzicht verliezen. We zijn zo bezig met niet te verliezen, dat we vergeten te leven.

In Duck It noemen we dit de Red Zone. De staat waarin angst en controle het stuur hebben overgenomen. Je bent niet meer aanwezig bij wat er is. Je bent alleen nog maar bezig met wat er niet mag zijn.

Het varken van San Juan Island

In 1859 speelde zich op een klein eiland in de Stille Oceaan een van de merkwaardigste niet-oorlogen uit de geschiedenis af.

San Juan Island werd opgeëist door zowel de Verenigde Staten als Groot-Brittannië. Op een dag liep een Brits varken de moestuin van een Amerikaanse kolonist, Lyman Cutlar, in en at zijn aardappelen op.

Cutlar schoot het varken dood.

Wat volgde, is bijna niet te geloven.

Britse autoriteiten wilden Cutlar arresteren. Amerikaanse kolonisten vonden dat onacceptabel. Beide landen stuurden soldaten. Er verschenen oorlogsschepen. Uiteindelijk stonden honderden militairen en tientallen kanonnen tegenover elkaar.

Maandenlang.

Elke partij hield vast aan zijn verhaal. Wie had gelijk? Van wie was het eiland? Wie moest als eerste toegeven?

En toen gebeurde er uiteindelijk niets. Geen veldslag. Geen slachtoffers. Alleen het varken was al die tijd geleden gestorven.

Na jaren diplomatiek overleg werd het geschil via arbitrage opgelost. De VS kregen het eiland.

Maar de les is niet wie won. De les is de vraag die niemand tijdig durfde te stellen.

Waar trekken we hier eigenlijk aan?

Want het varken was een feit. Dood, niet meer te veranderen. Maar het verhaal dat eromheen groeide, het eer, het gelijk, het gezichtsverlies, was bijna de aanleiding voor een oorlog.

Van welk feit probeerden ze iets te vinden?

Het stemmetje dat zegt: niet loslaten

Dat is bijna altijd hoe het gaat.

Er is een feit. Klein, groot, vervelend of gewoon anders dan verwacht. En dan bouwt het hoofd er een verhaal omheen. Snel. Overtuigend. Het klinkt als gezond verstand, maar het is iets anders.

Als je loslaat, verlies je.
Als je loslaat, geef je op.
Als je loslaat, bewijs je dat ze gelijk hadden.

Dat zijn geen feiten. Dat zijn verhalen. Oude overtuigingen die zich vermommen als logica. Ze houden je vast aan het touw, niet omdat het touw zo waardevol is, maar omdat loslaten aanvoelt als falen.

En dat gevoel is zo sterk, zo vertrouwd, dat we het touw liever houden tot onze handen bloeden.

De monnik

Er is een oude parabel uit de zen-traditie.

Twee kinderen zijn fanatiek aan het touwtrekken. Een leerling vraagt aan een oude monnik: "Wie gaat er winnen?"

De monnik kijkt een tijdje.

"Degene die als eerste loslaat," zegt hij.

De leerling begrijpt er niets van. "Maar dan verlies je toch?"

De monnik glimlacht. "Alleen als winnen belangrijker is geworden dan vrij zijn."

De monnik zegt niet: geef altijd op. Hij zegt: onderzoek eerst of het touw nog vastgehouden hoeft te worden.

Dat is een fundamenteel ander vertrekpunt.

Wat er gebeurt als je het toch doet

Stel dat je het touw loslaat.

Eerst: een schok. Het stemmetje had gelijk, denk je. Dit is het einde.

Maar dan.

De kramp in je handen verdwijnt. Je schouders zakken. Je adem gaat dieper. Je kunt weer rechtop staan.

En je kijkt om je heen.

De ramp die je zo zeker wist dat zou komen, is er niet. Of ziet er heel anders uit dan je had gevreesd. Kleiner. Beheersbaarder. Soms zelfs helemaal niet aanwezig.

Ruimte komt in de plaats van de kramp. En in die ruimte kun je iets wat je daarvoor niet kon: zien wat er werkelijk is.

Niet wat je vreesde. Niet wat je hoopte. Maar wat er is.

Loslaten is niet opgeven

Hier zit de misvatting die bijna iedereen heeft.

Loslaten voelt als opgeven. Alsof je de strijd verliest. Alsof je toegeeft dat je het niet waard was om voor te vechten.

Maar dat is het touw dat praat, niet de werkelijkheid.

Opgeven is stoppen omdat je denkt dat het niet kan. Loslaten is stoppen omdat je ziet dat het vasthouden je meer kost dan het opbrengt.

Dat is een fundamenteel verschil.

Een badeend die zinkt omdat er een baksteen aan vastzit, geeft niet op als hij die baksteen loslaat. Hij drijft gewoon weer. Zoals hij altijd al kon. De baksteen was nooit van hem. Hij hoefde hem nooit te dragen.

Misschien is het touw dat ook niet.

Wat er aan de andere kant ligt

Na het loslaten komt iets wat moeilijk te beschrijven is als je het nog niet hebt gevoeld.

Ruimte. Rust. Het vermogen om dingen te nemen zoals ze komen, in plaats van ze te sturen zoals jij wil dat ze gaan.

Net als het weer. Net als het verkeer. Net als al die dingen in het leven waarop we geen invloed hebben, hoe graag we dat ook zouden willen.

De enige echte invloed die we hebben, is hoe we ons ertoe verhouden. Hoe we ermee omgaan. Wie we kiezen te zijn in het moment dat het anders loopt dan gepland.

De grootste vrijheid ontstaat niet doordat je harder trekt.

Maar doordat je ontdekt dat je het touw al die tijd zelf vasthield.

En dat je het los kunt laten.

Wanneer je wil.

de volgende stap in dit verhaalShingebis en de winter →
gratis

Hoofdstuk 1 - gratis lezen