Speel jij het spel, of speelt het spel jou?

Stel je voor dat je ganzenbord speelt.
Je gooit de dobbelstenen. Je schuift je pion. Je lacht als je een brug oversteekt, en vloekt zachtjes als je bij de put terechtkomt.
Maar even tussendoor: waarom speel je eigenlijk?
Om het spel te spelen. Om je avond te vullen. Om lol te hebben met de mensen aan tafel.
Of is er ergens in de achtergrond toch iets anders bezig? Een stemmetje dat bijhoudt. Dat hoopt. Dat vreest.
Want als je bij de put terechtkomt, wat voelt dat dan?
Misschien gewoon teleurstelling. Dat hoort bij het spel. Maar misschien ook iets anders. Iets zwaarders.
Het als-dan dat je niet zag
Bijna alles wat we doen, doen we om ergens te komen. Om ergens van af te zijn. Om iets te bewijzen.
Dat noemen we in Duck It het als-dan denken.
Als ik dit haal, dan ben ik succesvol. Als ik dit niet verpest, dan ben ik goed genoeg. Als ik niet bij de put uitkom, dan heb ik niet gefaald.
Het klinkt onschuldig. Maar kijk eens wat er onder zit.
Want waarom wil je niet bij de put uitkomen? Omdat dat onprettig voelt. Logisch. Maar waarom voelt het zo onprettig? Omdat het aanvoelt als falen. En waarom is dat erg?
Omdat het bevestigt wat je stiekem al dacht.
Dat je niet goed genoeg bent.
Ah.
We hebben een "ik ben" te pakken.
Wat een "ik ben" is
Een "ik ben" is het verhaal dat je over jezelf hebt. Niet bewust, niet uitgekozen. Gewoon gegroeid, door de jaren heen, door ervaringen, door dingen die mensen tegen je zeiden of juist niet zeiden.
Ik ben niet goed genoeg. Ik ben iemand die het altijd verpest. Ik ben de persoon die het nooit helemaal afmaakt.
Het zijn geen feiten. Maar ze voelen als feiten. En daardoor sturen ze bijna alles wat je doet.
Je gooit de dobbelstenen. Je speelt het spel. Maar het spel dat je werkelijk speelt, is niet ganzenbord. Het is het spel van je "ik ben". En dat spel is nooit eerlijk, want de uitkomst staat bij voorbaat vast.
De schilder
Ik ken iemand die al jaren creatief bezig was. Tekenen, houtskool, van alles. Maar wat hij echt wilde, was schilderen. Met olieverf.
Hij las erover. Verdiepte zich erin. Begreep dat het heel anders was dan tekenen. Maar hij droomde ervan. Ooit olieverfschilder zijn.
Hij sprak erover met zijn vrouw. Die had een tip: in het buurtkrantje stond een schildercursus. Cultureel centrum om de hoek. Makkelijker kon niet.
Hij twijfelde. Een hoop ja-maar. Maar zijn vrouw was doortastend, en dus ging hij.
Hij zat in een kringetje. De leraar in het midden. Een Fransman, met een zwaar accent en een kalm gezicht. Iedereen deed zijn verhaal. Ook mijn vriend. Hij legde uit dat hij al van alles deed op creatief gebied, maar dat hij zo graag schilder wilde worden. Een echte schilder. Met olieverf.
De leraar luisterde. Knikte. En zei aan het einde van het verhaal: "Ah."
Hij pakte een wit doek. Een kwast. Een tube olieverf. Gaf ze aan mijn vriend. En zei: "Begin."
Mijn vriend deed verf op zijn palet. Maakte het aan. Dipte zijn kwast. Aarzelde een moment. En zette toen zijn eerste kwaststreek op het witte doek.
"Voilà," zei de leraar. "Nu ben je een schilder die olieverf gebruikt. Gefeliciteerd."
En dat was dat.
We denken dat het zo werkt: eerst nadenken wie je wil zijn, dan handelen, en als dat genoeg resultaat oplevert, mag je jezelf eindelijk worden.
Think, act, be.
Maar de Fransman wist het beter.
Be, act, think.
Niet: je wordt het door te beginnen. Maar: je was het altijd al. Het beginnen laat het alleen zien.
De schilder was al een schilder voordat hij die kwast pakte. De leraar wist dat. Vandaar zijn "Voilà." Niet "nu ben je het geworden." Maar "zie je wel."
Actie brengt helderheid. Niet omdat ze iets creëert. Maar omdat ze onthult wat er al was. Daarvoor zien we het niet. Dan zijn het alleen maar hersenspinsels, een mist van twijfel over iets wat er allang in zat.
Iedereen kijkt met een filter
Neale Donald Walsch schreef: "Every act is an act of self-definition."
Wat je doet, laat zien wie je zegt dat je bent.
Maar je kunt kiezen wie je zegt dat je bent.
Niet door het te bouwen. Niet stap voor stap een nieuw ik-ben bij elkaar te denken. Maar door te zien welk ik-ben je nu al draagt. Door het te herkennen als verhaal, niet als feit. En dan te kiezen of dit het verhaal is waarmee je wil beginnen.
Want zodra je het ziet, heb je al een andere startpositie.
Iedereen kijkt naar dezelfde wereld. Maar niemand ziet hetzelfde, want we kijken allemaal door onze eigen filters. Onze eigen ik-ben verhalen kleuren wat we zien, wat we verwachten, hoe we reageren.
Een ander filter geeft een andere uitkomst. Niet de wereld verandert. Jij verandert. Niet door harder te werken aan wie je wil worden. Maar door eerlijker te kijken naar wie je al denkt te zijn.
Dus, de vraag
Welk "ik ben" draag jij mee?
Niet het bewuste. Maar het stille. Het automatische. Het stemmetje dat zegt zie je wel als iets misgaat, en dat dacht ik al als het tegenzit.
Dat is de vraag die in Duck It onder alles ligt. Niet wat je doet of denkt. Maar wie je bent, of wie je gelooft te zijn, terwijl je het doet.
Want als je dat ziet, en dan bedoel ik echt ziet, niet begrijpt maar ziet, dan heb je een keuze.
Niet om het op te lossen. Maar om anders te beginnen.
Ik heb een korte gids gemaakt die je hierbij helpt. Welke rol speel jij eigenlijk? Drie vragen om je eigen "ik ben" op het spoor te komen, zonder dat je er een therapiesessie voor nodig hebt. Je kunt hem hieronder ophalen.
Speel het spel.
Maar weet dat je ook het spel kunt kiezen.